Waarom je burn-on klachten na de vakantie alweer terug zijn (en waarom praten alleen daar niet bij helpt)
Je dacht dat de zomervakantie je oplossing was. Je voelde je, misschien voor het eerst in maanden, eventjes wat rustiger. Je lontje was iets langer. Je sliep iets beter. Heel even was er lucht.
En nu, een paar weken later, terug in het vaste ritme van werk en misschien wel school als je kinderen hebt, merk je dat het er weer is.
Je bent alweer moe na de vakantie, alsof je nooit bent geweest.
Niet zomaar moe, maar dat soort moeheid waarbij je jezelf afvraagt: waarom ben ik zo moe, terwijl ik toch net heb "uitgerust"?
De onrust is er weer. Het opgejaagde gevoel. Alle ballen die je weer hooghoudt zonder dat je jezelf toestaat om er eentje te laten vallen.
Je lontje, dat op vakantie iets langer leek, is weer even kort als daarvoor.
Misschien merk je ook wel weer die fysieke klachten die even weg waren. De hoofdpijn, de gespannen spieren, je kramp in je buik.
Als dit herkenbaar is, wil ik je twee dingen vertellen. Het eerste: je verbeeldt je dit niet. Dat je na vakantie nog steeds moe bent, ondanks dat je "toch echt hebt gerust", is een bekend en herkend patroon, ook buiten mijn praktijk.
Het tweede, en dat is waar deze blog echt over gaat: er is een goede, biologische reden waarom dit gebeurt, en die reden verklaart ook meteen waarom de meeste aanpakken tegen stress en burn-on niet echt iets veranderen.
Wat er tijdens je vakantie eigenlijk gebeurde
Om te snappen waarom de rust niet beklijft, moet je eerst begrijpen wat er tijdens je vakantie wél gebeurde, op het niveau van je zenuwstelsel.
In je lichaam zit een zenuw die een centrale rol speelt in hoe goed je zenuwstelsel tot rust kan komen:
de nervus vagus.
Hoe soepeler deze zenuw werkt, hoe beter je vagale toon is, en hoe makkelijker je systeem heen en weer kan bewegen tussen inspanning en ontspanning.
Je kunt het je voorstellen als een elastiekje. Soepel en flexibel als het goed gaat. Stug en onbuigzaam als het lange tijd onder spanning heeft gestaan, in wat je een overlevingsstand zou kunnen noemen: je lichaam blijft continu een beetje op scherp, ook als daar objectief gezien geen reden meer voor is.
Tijdens je vakantie, met minder prikkels, minder verantwoordelijkheid en meer ruimte, kreeg dat elastiekje voor het eerst in lange tijd de kans om iets losser te worden. Dat is waarom je je na een paar dagen of weken van vakantie daadwerkelijk iets rustiger voelde. Niet omdat je klachten waren opgelost, maar omdat je zenuwstelsel tijdelijk wat meer speling kreeg en heel even uit die overlevingsstand kwam.
Waarom je na vakantie nog steeds moe bent
Maar hier zit het probleem. Een elastiekje dat jarenlang strak heeft gestaan, wordt niet in twee of drie weken vakantie blijvend soepel.
Zodra je terug bent in je vaste ritme, met dezelfde verantwoordelijkheden, dezelfde verwachtingen van jezelf, en dezelfde overtuigingen die je aansturen, trekt dat elastiekje zich vanzelf weer strak. Niet omdat jij iets verkeerd doet. Maar omdat de onderliggende oorzaak nooit is aangepakt, alleen tijdelijk verlicht.
Dit verklaart ook waarom je misschien al jaren dezelfde cyclus doormaakt.
Je hebt vakantiestress vooraf, een paar dagen wennen aan de nieuwe plek, een periode van meer rust, en dan, eenmaal terug, binnen een paar weken weer diezelfde chronische stress symptomen: opgejaagd zijn, slecht slapen, snel geïrriteerd zijn, altijd aan staan.
Zolang alleen de omstandigheden tijdelijk veranderen, en niet het patroon zelf, blijft deze cyclus zich herhalen, jaar na jaar.
Waarom je niet kunt ontspannen, ook al wil je dat heel graag
Misschien vraag je je weleens af: waarom kan ik niet ontspannen, ook als de omstandigheden goed zijn?
Waarom voel ik me schuldig als ik rust neem, in plaats van dat het gewoon fijn voelt?
Dat schuldgevoel bij rust nemen is geen toeval. Als je al lange tijd "aan" staat, heeft je systeem geleerd dat actief zijn de veilige, vertrouwde staat is. Stilzitten voelt dan niet als ontspannen, maar als een soort alarm: er klopt iets niet, er is nog zoveel te doen.
Dat is precies waarom rust nemen soms meer onrust geeft dan het oplevert, in plaats van dat je zenuwstelsel simpelweg kalmeert zodra je gaat zitten.
Waarom alleen praten hierover niet genoeg is
Dit is het punt waar ik, met NEI-therapie, echt anders in sta dan veel andere aanpakken tegen stress en burn-on.
Veel coaches en methodes bieden werkboeken, opdrachten en gesprekken aan die je helpen begrijpen waarom je je voelt zoals je je voelt. En dat is heel waardevol, want inzicht is een eerste stap. Je leert misschien dat je perfectionistisch bent, dat je moeite hebt met grenzen aangeven, of dat je van jongs af aan hebt geleerd om altijd door te gaan.
Maar in de kern verandert er vaak weinig. Want dat soort werk blijft voornamelijk cognitief. Je praat over wat je voelt, je schrijft er over, je begrijpt beter waarom je doet wat je doet. Maar je gaat niet de diepte in van waar dat patroon daadwerkelijk is opgeslagen: je lichaam en je onderbewustzijn.
Dat is ook precies waarom veel mensen jaren naar een psycholoog gaan maar zich vaak afvragen of het nou echt heeft geholpen.
Niet omdat de behandelaar niet goed is, maar omdat het gesprek zelf het lichaam niet meeneemt. Bij een psycholoog blijft het vaak bij alleen praten.
Maar in je lichaam en je zenuwstelsel, wordt alles opgeslagen. Niet in je hoofd.
Het is fijn dat je begrijpt waarom je doet wat je doet. Maar dat inzicht lost het patroon niet op als je niet in die kern aan de slag gaat.
Wat er dan wél moet gebeuren om je zenuwstelsel echt te herstellen
NEI-therapie is hierin anders. Tuurlijk praten we ook over de situaties die je hebt meegemaakt.
Maar daarnaast kijken we ook naar de overtuigingen en conditioneringen die aan de basis liggen van je patronen.
Naar de emoties die daaronder verstopt zitten.
Doordat we die op celniveau loslaten, helpt dat je zenuwstelsel écht kalmeren. Niet als tijdelijke verademing, maar structureel.
Dat is een fundamenteel ander proces dan alleen begrijpen waarom je doet wat je doet.
Het is niet nog een werkboek invullen. Het is de plek opzoeken waar het patroon daadwerkelijk zit, en dat aanpakken. Daar ligt de sleutel.
Wat betekent dat dan concreet, in je dagelijks leven?
Bij vrouwen die dit traject doorlopen, zie ik vaak dat rust nemen niet meer meteen die onrust en dat schuldgevoel oproept. Je gaat zitten, zonder dat je na twee minuten alweer opstaat omdat de vaatwasser uitgeruimd moet worden.
Ik zie dat het lontje weer wat langer wordt. Niet omdat je jezelf dwingt geduldiger te zijn, maar omdat er simpelweg minder opgekropte spanning is die een uitweg zoekt.
Ik zie dat "nee" zeggen en je grenzen bewaken makkelijker wordt. Dat je jezelf betrapt op het moment vóórdat je automatisch "ja" zegt, in plaats van pas achteraf te merken dat je jezelf weer voorbij bent gelopen.
En ik zie, misschien nog wel het mooist, dat rust weer als rust gaat voelen. Niet als iets wat je moet verdienen. Gewoon als iets wat er mag zijn.
Dat is niet iets wat ik je kan beloven binnen een vaste tijd, want ieder systeem is anders. Maar het is wel wat er structureel verandert wanneer je bij de kern aan de slag gaat, in plaats van bij het begrijpen blijft hangen.
Als jij dit jaar in jaar uit meemaakt, de hoop op dé vakantie die alles zou oplossen, gevolgd door de teleurstelling dat je nog steeds moe bent en binnen een paar weken weer terug bij af, dan wil ik je vertellen: dit ligt niet aan jou, en het ligt ook niet aan hoe goed je vakantie was. Het ligt aan waar de meeste aanpakken stoppen, en waar de mijne juist begint.
Als jij jezelf hierin herkent, als deze woorden jou raakten, wacht dan niet tot het juiste moment eindelijk aanbreekt om hiermee aan de slag te gaan. Want dat moment zal niet als vanzelf aan komen waaien. En je hoeft ook niet te wachten tot je volledig ingestort bent om die hulp te zoeken.
Liefs, Kayleigh


